De Koning spreekt de kersttoespraak beter! Nu muzikaal spreken!

De derde kersttoespraak van onze Koning. In 2013 schreef ik er ook over. Ik vond het deze keer echt beter.
Nog steeds die prettige, sonore stem. De klemtonen in de zin helpen ons nu veel beter de zinnen te begrijpen dan in 2013.  Het tempo is prettiger, afwisselender, rustiger en met minder haperingen.
Mijn advies zou zijn: NU MUZIEK MAKEN!

Wat is dat muzikaal spreken?
Sprekend muziek maken doe je door te variëren in toonhoogte, volume en tempo.
Niemand spreekt op één toon. Probeer maar eens in een zin alle woorden op één en dezelfde toonhoogte te zeggen zonder dat je in toonhoogte varieert. Het wordt dan letterlijk heel ‘monotoon’ en lijkt het meer een soort reciteren of zingen.
Maar het omhoog en omlaag gaan van onze stem gebeurt niet zo maar lukraak! Het is gekoppeld aan wat we willen zeggen. Ga je met je stem naar beneden aan het einde van een zin dan weet de luisteraar: de zin is klaar: —__.  Als je je stem een beetje omlaag en dan weer omhoog beweegt, weet de luisteraar: er komt nog iets: —__—. En als je ver omhoog beweegt klinkt er een vraag.
Je helpt de luisteraar de zin taalkundig te begrijpen door de belangrijkste woorden via de toon onder de aandacht te brengen.
In de eerste zinnen doet de koning dat perfect:

Kerstmis geeft ons een moment van bezinning.  Door even afstand te nemen van de dagelijkse stroom aan gebeurtenissen kan duidelijker worden waar we zelf in geloven en waar we zelf voor staan. 

De klemtonen helpen ons de zin te begrijpen. Ze gidsen ons.

De klemtonen zijn muzikaal allemaal anders. Kerstmis klinkt het hoogst als  belangrijkste woord in het eerste deel. En in moment gaat hij heel mooi een heel klein beetje, een momentje, omhoog. En bij bezinning zakt de toon omlaag en klinkt de stem prachtig warm en betrokken. En hij geeft helder aan: eind van de zin. Dan gaat hij lekker nog even in de laagte door in de eerste woorden van de nieuwe zin.
De verschillende toonhoogte bewegingen maken de zin muzikaal. Bij en waar we zelf voor staan spreekt hij iets hoger. Dat is heel prettig want daardoor houdt deze hele lange zin energie en blijft het ons boeien. Hij houdt ons goed bij de les.

Ook ritmisch loopt het lekker.
Hij laat kleine pauzes vallen na kerstmis, na gebeurtenissen….., na worden…..en na geloven…De zin wordt ritmisch interessant. En nog belangrijker: we weten welke woorden bij elkaar horen. Hij deelt de zin begrijpelijk in. Perfect!

Als hij dit zou kunnen volhouden!
En dat blijkt moeilijk. Na een tijdje luisteren valt op dat er een herhalend patroon is van precies dezelfde toonbeweging en rare pauzes. Dat is echt jammer want het gaat staccato klinken, de zinnen worden niet meer helder voor ons ingedeeld. Help! Onze hersens moeten razendsnel de zinnen proberen te reconstrueren.
In de volgende zin is het extreem aan de hand. Vijf keer achter elkaar hoor je precies hetzelfde melodietje:

Over gebeurtenissen… die ons overvallen….en waarmee we geen raad weten…Over verworvenheden… die niet vanzelfsprekend zijn.

Waarom die pauzes na iedere paar woorden? Het gaat staccato klinken. Waarom die vreemde toonhoogte beweging…als een melodie die zich los zingt van de taal? Als de muzikale elementen zelfstandig aandacht gaan trekken omdat ze de taalbetekenis niet meer helpen, ben ik hem kwijt. Mijn oor probeert de pauze of klemtoon te verklaren vanuit de zinnen maar ik raak verdwaald. En ik ga me een beetje ergeren aan de riedel, aldoor hetzelfde stramien in de klank.

Aristoteles adviseerde de spreker om rekening te houden te houden met volume, toon en ritme. Zij die dat deden wonnen de toneelwedstrijd.

Maar dat is zo makkelijk nog niet. Maar oefening baart kunst!

 

Leave a Comment: